Waarom 'nog drie hapjes' bij vastlopende eters averechts werkt
Waarom aandringen, belonen en het bord leegeten bij dit soort eetproblemen het omgekeerde bereikt.
Nog drie hapjes en dan mag je van tafel. Eet je bord leeg, dan krijg je een toetje. Kom op, voor mama.
Iedereen zegt het. Oma zegt het, de oppas zegt het, wij zeiden het. Het is ook het meest logische wat er is: er staat eten op tafel, hij moet eten, dus geef je hem een zetje.
Bij de meeste kinderen is dat onhandig zonder schadelijk te zijn; een kind dat gewoon een fase heeft, eet er niet minder van. Dit artikel gaat over de kinderen bij wie eten werkelijk is vastgelopen. Daar kan aandringen de verkeerde kant op werken. Het is bovendien het taaiste gewoontepatroon om af te leren, ook voor jou.
Wat er gebeurt als je aandringt
Een kind dat eten vermijdt, doet dat meestal omdat het spanning geeft. Structuur, geur, de onzekerheid over wat er in zijn mond gebeurt. Aandringen haalt die spanning niet weg. Het legt er iets bovenop: nu moet hij ook nog het gesprek met jou aan.
Je vraagt hem twee dingen tegelijk: iets te doen wat hij niet aankan en jou niet teleur te stellen.
Op korte termijn kan het lukken. Hij neemt die drie hapjes. Wat hij daarvan leert is niet dat het meeviel, maar dat de tafel de plek is waar iets van hem geëist wordt. De volgende keer begint hij dus al gespannen, nog voordat er iets op zijn bord ligt.
Lukt het niet, dan heb je een conflict. Daarna sta jij ook gespannen aan tafel. Dan zijn er twee mensen die niet meer gewoon kunnen eten.
Waarom belonen ook niet werkt
Belonen lijkt vriendelijker en het zegt iets wat je niet wilt zeggen. Een beloning maakt duidelijk dat het gevraagde onaangenaam is. Niemand krijgt een toetje voor iets wat leuk is.
Er komt iets bij dat vaak wordt overgeslagen. Als het toetje de beloning is, wordt het toetje het interessantste van de maaltijd. Bij een kind waarvan de lijst met eten al kort is, is dat het laatste wat je wil.
Wat wij zelf deden
Wij hebben jarenlang niet geduwd, want dat was het advies. Wat wij wel deden was iets anders: we bleven dingen proberen. Elke week een nieuw idee, een andere aanpak, iets wat iemand had aangeraden.
Elk voorstel afzonderlijk was redelijk. Bij elkaar zorgde het ervoor dat er nooit iets werd afgemaakt en dat de tafel elke dag opnieuw een onbekende plek was. Voor een kind dat op voorspelbaarheid leunt, is dat net zo belastend als aandringen.
Wat het verschil maakte bij de ontdeksessies was niet dat er iets slims werd bedacht. Er was een opbouw waarin elke stap ergens naartoe leidde. Niemand pushte hem verder dan waar hij stond.
Wat je in plaats daarvan doet
Jij bepaalt wat en wanneer, hij bepaalt hoeveel
Deze verdeling is in de voedingswereld een vaste regel en hij is ouder dan alle apps en tips bij elkaar. Jij bent verantwoordelijk voor wat er op tafel komt en wanneer. Je kind is verantwoordelijk voor hoeveel er van zijn bord af gaat, of er iets af gaat. Dat klinkt als opgeven, terwijl het de strijd weghaalt zodat er ruimte komt om te leren.
Er zit ook een praktische kant aan: een kind dat de hele dag door mag snoepen of drinken, komt zonder honger aan tafel. Vaste eetmomenten met tussenpozen waarin alleen water mag, zijn een van de weinige dingen die je zelf kunt regelen die echt verschil maken.
Zeg niets over het eten
Geen aanmoediging, geen prijs bij een hap, geen zucht bij een vol bord. Ook goedbedoelde aandacht maakt het eten tot onderwerp. Een kind dat merkt hoeveel ervan afhangt, gaat harder vermijden. Praat over de dag.
Dit is voor ouders het moeilijkste punt van allemaal, want juist als hij eindelijk iets neemt, wil je dat laten weten.
Hij mag van tafel
Een kind dat niet aan tafel wordt gehouden, komt makkelijker terug. Moet hij blijven zitten, dan wordt de tafel een plek waar hij vandaan wil.
Werk aan nieuwe dingen buiten de maaltijd
De maaltijd is er om te eten wat hij kan. Nieuwe dingen leren kennen doe je op een ander moment, in stappen, zonder dat er iets gegeten hoeft te worden.
Spreek het met alle tafelgenoten af
Eén iemand die opa's opmerking maakt over het bord haalt weken werk onderuit. Zeg het van tevoren, ook tegen de oppas en op school.
Als je kind niet goed groeit, afvalt, of als de lijst met eten korter wordt, is er meer nodig dan een rustige tafel. Ga dan naar je huisarts of jeugdarts en vraag om een verwijzing naar een diëtist of preverbaal logopedist.
Waarom dit zo moeilijk is
Niet duwen voelt als niets doen, terwijl je kind te licht is en de dagen doorlopen. Dat is de zwaarste kant van deze aanpak en er is geen manier om dat lichter te maken.
Wat helpt is weten dat er ondertussen wel gewerkt wordt, alleen niet aan tafel en niet aan happen. Dat is ook waarom een opbouw met stappen zoveel scheelt: je kunt zien dat er iets gebeurt, ook op een dag waarop er niets gegeten wordt.
De cursus haalt de eis van de tafel af en zet er een opbouw voor terug. Dat is het hele verschil.
Bekijk de proeflesDit is geen medische of paramedische behandeling en het vervangt geen zorg. Bij sondevoeding, een ernstige groeivertraging of complexe medische voedingsproblematiek blijft de begeleiding van je behandelaar leidend.