De ontdektafel

Wat het consultatiebureau adviseert en wanneer dat niet past

Waarom het standaardadvies klopt voor de meeste kinderen en bij ons het omgekeerde deed.

Leestijd ongeveer 5 minuten

Een moeder met haar kind op schoot kijkt naar een groeicurve die een hulpverlener aan de overkant van de tafel openhoudt

Kan goed advies bij jouw kind precies het verkeerde doen?

Blijf het aanbieden. Maak er geen strijd van. Eet zelf gezellig mee. Vroeg of laat gaat hij het wel proberen. Wij kregen dat advies jaren achter elkaar, van mensen die er verstand van hadden. Het is goed advies. Voor de meeste kinderen is het zelfs het beste advies dat er is.

Daar zit het probleem.

Waarom het advies is zoals het is

Eetproblemen bij jonge kinderen komen veel voor. Kenniscentra en behandelcentra noemen doorgaans een kwart tot ruim een derde van alle kinderen tot vier jaar bij wie het eten een periode moeizaam gaat. Bij de overgrote meerderheid gaat dat over. Niet doordat iemand iets slims doet, maar doordat het een fase is.

Dus is het advies daarop gebouwd: rust bewaren, geen strijd, blijven aanbieden, geen aandacht geven aan het niet-eten. Dat is verstandig beleid voor de grootste groep. Het voorkomt dat gewone kieskeurigheid door druk en aandacht een echt probleem wordt.

Het advies is niet fout. Het is geschreven voor een ander kind dan het jouwe.

Bij een kleine groep gaat het niet over. Schattingen daarover lopen uiteen — je komt cijfers tegen van een paar procent van de kinderen met eetproblemen tot ongeveer één op de twintig kinderen van drie tot zes bij wie sprake is van een echte stoornis in het voedingsgedrag. Op welk getal je ook uitkomt: het gaat om een kleine groep. In die groep werkt afwachten niet. Soms werkt het averechts, doordat het patroon zich in die tijd verder vastzet.

Daar zit de kern van dit artikel. Het is geen verwijt aan wie dan ook. Het standaardadvies is niet slecht. Het probleem ontstaat wanneer datzelfde advies bij elk consult wordt herhaald, terwijl de situatie er intussen niet meer uitziet als gewone kieskeurigheid.

Wat er bij ons gebeurde

Wij deden wat er gezegd werd. We bleven aanbieden. We maakten er geen kwestie van. We probeerden vooral niet te laten merken hoe belangrijk het was.

Wat wij zagen was iets anders dan een kind dat zijn tijd nodig had. Brood dat in zijn wangzakken bleef zitten omdat hij het niet weggewerkt kreeg. Kokhalzen bij een structuur die net iets anders was. Een lijst met eten die niet langer werd maar korter. Een fles drinkvoeding die geen aanvulling was maar zijn hoofdvoeding, vier tot vijf keer per dag.

Dat is geen fase die zichzelf oplost. Dat is een kind dat vastloopt terwijl de klok doorloopt.

De signalen die om iets anders vragen

Dit is het onderscheid dat wij te laat maakten. Afwachten is verstandig, behalve als een van deze dingen speelt:

Bij één van deze punten is de vraag niet meer of je moet blijven aanbieden. Dan is de vraag wie ernaar gaat kijken.

Hoe je dat gesprek voert

Op een consult heb je tien minuten en die gaan grotendeels op aan lengte, gewicht en de curve. Wat bij ons hielp toen we het eindelijk anders aanpakten:

Kom met feiten, niet met een verhaal

Eén A4: wat eet hij wel, wat is er dit jaar afgevallen, hoeveel drinkvoeding per dag, hoe vaak kokhalzen, gewicht met data. Dat is bruikbaarder dan uitleggen hoe zwaar het is.

Zeg dat de lijst krimpt

Dit ene gegeven onderscheidt jouw situatie van gewone kieskeurigheid, want een fase wordt ruimer en dit wordt smaller. Benoem het met die woorden: het aantal producten dat hij eet is het afgelopen jaar gedaald van zoveel naar zoveel. Dat is de zin waar een goede jeugdarts op reageert.

Vraag naar de volgende stap, niet naar een tip

Vraag concreet: wanneer is dit meer dan een fase en wie kijkt er dan naar? Vraag om een verwijzing naar een diëtist of preverbaal logopedist als het antwoord vaag blijft.

Vraag om een controle op korte termijn

Over zes weken opnieuw wegen is een afspraak. Wij komen er later nog op terug is dat niet.

Wat wij hier niet beweren

Het consultatiebureau ziet duizenden kinderen en volgt richtlijnen die voor de grote groep goed uitpakken. Wat ontbreekt is niet de goede wil of de deskundigheid, maar het moment waarop iemand vaststelt dat dit kind niet in de grote groep zit. Dat moment mag je zelf aanreiken. Onze eigen jeugdarts heeft ons uiteindelijk goed geholpen; het duurde alleen lang voordat iemand die vraag stelde.

Waar je terechtkunt

Huisarts of jeugdarts voor groei en verwijzing. Diëtist voor voeding en tekorten. Preverbaal logopedist voor mondmotoriek en eetgedrag. Bij ernstige of langdurige problemen een gespecialiseerd eetteam. Houd rekening met een wachttijd. Meld je aan zodra het ter sprake komt; afzeggen kan altijd nog.

De cursus begint waar het algemene advies ophoudt: bij een kind voor wie de gewone tips niet werken.

Bekijk de proefles

Dit is geen medische of paramedische behandeling en het vervangt geen zorg. Bij sondevoeding, een ernstige groeivertraging of complexe medische voedingsproblematiek blijft de begeleiding van je behandelaar leidend.